Vergroot het waterbewustzijn, verbeter de kwaliteit van monitoring en voorspelling van neerslag en rivierafvoeren, houd bij beheer en onderhoud meer rekening met de kans op hoogwaterperiodes in de zomer, werk aan een robuust hoofdwatersysteem en regionale systemen, houd bij de ruimtelijke inrichting van Nederland rekening met de kans op extreme neerslagsituaties en benut bestaande en toekomstige internationale samenwerking.

Dat zijn in hoofdlijnen de aanbevelingen van de Beleidstafel wateroverlast en hoogwater in haar eerste advies. De beleidstafel is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ingesteld na de extreme wateroverlast vorig jaar juli in Limburg. De denktank moet lessen trekken uit de crisis in Limburg en met aanbevelingen komen om beter voorbereid te zijn op de gevolgen van extreme neerslag in andere regio’s in Nederland. De verwachting is dat deze weersextremiteiten steeds vaker voor gaan komen.

“Gebleken is dat de watersystemen, ruimtelijke inrichting en crisisbeheersing niet zijn berekend op een situatie van deze omvang”, schrijft minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat in een begeleidende brief aan de Tweede Kamer. “De beleidstafel constateert dat het nu en in de toekomst niet mogelijk zal zijn om alle schade volledig te voorkomen.”

Twee keer advies
Aan de beleidstafel zitten het Rijk, koepelorganisaties van decentrale overheden, Limburgse overheden en de Deltacommissaris. Ze brengt twee keer advies uit: nu en in het najaar van 2022 (eindadvies).

In het eerste advies staan 25 aanbevelingen, verdeeld in 'operationele en strategische aanbevelingen'. Ze zijn gericht op ‘het verhogen van het bewustzijn en het verbeteren van informatie, op watersystemen die om kunnen gaan met de gevolgen van klimaatverandering en op een slimmere ruimtelijke inrichting, gericht op gevolgbeperking van klimaatextremen’.

De 25 aanbevelingen zijn verdeeld over 6 hoofdlijnen:

1. Vergroot het waterbewustzijn van burgers, bedrijven en overheden door goede, transparante en eenduidige informatievoorziening te faciliteren.
2. Verbeter de kwaliteit van monitoring en voorspelling van neerslag en rivierafvoeren. Diverse verbeteringen zijn mogelijk in het voorspellen van extreme neerslag en hoogwaterafvoer en de monitoring hiervan.
3. Houd bij beheer en onderhoud meer rekening met de kans op voorkomen van hoogwaterperiodes in de zomer. Informeer elkaar over en weer over groot onderhoud aan de waterinfrastructuur, ook grensoverschrijdend, en stel protocollen op voor beheer en onderhoud in het zomerseizoen.
4. Werk aan een robuust hoofdwatersysteem en regionale systemen.
5. Houd bij de ruimtelijke inrichting van Nederland beter rekening met de kans op voorkomen en de gevolgen van extreme neerslagsituaties. Bodem en water zullen een meer sturend karakter moeten krijgen in de ruimtelijke ordening en inrichting om beter toegerust te zijn voor klimaatextremen. De water- en bodemopgave is overigens niet los te zien van andere grote opgaven, zoals de landbouwtransitie, de woningbouwopgave, de stikstofproblematiek en de energietransitie, schrijft de beleidstafel.
6. Benut bestaande en toekomstige internationale samenwerking in het verbeteren van de klimaatrobuustheid van de stroomgebieden van de Maas en de Rijn.

Bewustzijn
De beleidstafel staat eerst stil bij het bewustzijn dat extreme neerslag tot grote schades kunnen leiden. De ‘risicoperceptie’ bij overheden, burgers en ondernemers is laag, stelt de beleidstafel vast. “Mede doordat Nederlanders een zeer positief beeld hebben van ons waterbeheer, is er een bepaalde vanzelfsprekendheid ontstaan dat onze voeten ook tijdens extreme omstandigheden droog blijven.” Dat beeld moet worden bijgesteld: “Beter voorbereid zijn op extreme neerslag begint bij het bewustzijn van de risico’s van extreme neerslag.”

De beleidstafel heeft met Limburg als casus een inventarisatie van waterbewustzijn en risicocommunicatie gemaakt en trekt 5 conclusies. Zo wordt onder meer vastgesteld dat er tijdens crisis vooral behoefte is aan feitelijke informatie in duidelijke taal, aan een ‘kwetsbare, open en realistische manier van communiceren’, aan een menselijk gezicht met een persoonlijke boodschap, en aan bewonersbijeenkomsten met buurtgerichte handelingsperspectieven voor herstel na de ramp.

Flash-floods
In Limburg trad afgelopen zomer een voor Nederland nieuw verschijnsel op: water dat in korte tijd snel afstroomt. Deze zogeheten flash-floods komen in andere landen veel voor en zijn zeer destructief. “De waarschuwingssystemen in Nederland zijn hier niet op voorbereid”, aldus de beleidstafel, die adviseert om zo’n systeem voor flash-floods te ontwikkelen.

Ook de hoogwaterverwachting voor Sint Pieter, het punt waar de Maas Nederland binnenkomt, moet beter. Gedurende het hoogwater van juli 2021 zijn afwijkingen geconstateerd tussen de verwachte en opgetreden waterstanden, aldus het rapport. De beleidstafel adviseert om met voorstellen te komen om verwachtingen te verbeteren. Ook de kwaliteit van hoogwatermetingen moet beter, want door beperkingen en uitval van meetapparatuur is het meetnetwerk niet toereikend om de hoogwatergolf goed te kunnen volgen.

Watersystemen
Ander aandachtspunt zijn de watersystemen. Een goed functionerend watersysteem als een klimaatrobuust ingerichte fysieke leefomgeving en adequate crisisbeheersing is van belang, aldus het advies. “Een slimmere ruimtelijke inrichting is een belangrijke sleutel voor het beperken van gevolgen van klimaatextremen en het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting.”

Concreet stelt beleidstafel onder meer voor om bij herstel van schade aan watersystemen rekening te houden met de steeds extremere weersomstandigheden, het zogeheten ‘building back better’-principe. “Maatregelen in het rond het watersysteem die het meest in het oog springen zijn het terugbouwen van bruggen, wegen, nutsvoorzieningen en meet- en monitoringsapparatuur op een dusdanige wijze dat ze bestand zijn tegen extreme omstandigheden.”

Buitendijkse gebied
Nu de Limburgse wateroverlast heeft aangetoond dat hoogwater in buitendijks gebied ook in de zomer voorkomt, is het zaak de risico’s voor buitendijkse activiteiten als recreatie (campings) en landbouw (teelt van gewassen) in kaart te brengen, aldus de beleidstafel. Waterbeheerders krijgen het advies om protocollen voor beheer en onderhoud te ontwikkelen om in het zomerseizoen snel te kunnen handelen en het watersysteem in gereedheid te kunnen brengen bij (on)verwacht hoogwater.

Bij het uitvoeren van watersysteemtoetsen voor regionale watersystemen wordt nog niet standaard uitgegaan van het toekomstige klimaat, schrijft de beleidstafel. Ze adviseert de toepassing normering wateroverlast uit regionale watersystemen te verbeteren door onder meer waterschappen en provincies te laten verkennen hoe de regionale watersystemen meer aan het toekomstig klimaat kunnen worden getoetst.

Speerpunt
In de Limburgse aanpak moet het vasthouden van water op de hellingen een speerpunt worden, aldus de beleidstafel. Verder wordt geadviseerd om naast de statische watersituatie (waterhoogte) ook de dynamische watersituatie (hoogte en snelheid) in beeld te brengen. “Betrek bij dit onderzoek ervaringen uit het buitenland, zoals de risicomatrix uit Zwitserland”, staat geschreven.

De Maas is door de combinatie van dijken en voldoende ruimte goeddeels in staat gebleken om de extreme neerslag van juli op te vangen, schrijft de beleidstafel. Maar er waren ook zwakke plekken. Die concentreren zich rond de projecten die onderdeel zijn van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP), aangevuld met de stedelijke gebieden van Maastricht, Roermond, Venlo en Gennep/ Heijen, aldus het rapport.

En met het oog op klimaatverandering en de verwachte toename van extremiteiten, is het de vraag of het hoofdwatersysteem in de toekomst in staat blijft om hogere rivierafvoeren, extreme neerslag en droogte op te vangen. Het antwoord daarop is niet ‘ja’ en daarom is het essentieel dat langs rivieren rekening gehouden wordt met een toenemende waterstandsdynamiek en dat bij toekomstige keuzes het water- en bodemsysteem als leidend principe geldt.

Stresstesten
Een inventarisatie van de stresstesten die lokale overheden houden om klimaatrisico's in kaart te brengen, leert dat er geen zicht is op de voortgang: alle overheden hebben stresstesten uitgevoerd, maar er is geen overzicht in hoeverre de testen zijn omgezet in uitvoeringsprogramma’s. Ook ontbreekt uniformiteit in de aanpak. “Door het ontbreken van een totaalbeeld is er geen zicht op de mate van klimaatbestendigheid van Nederland en de vorderingen die daarin worden gemaakt”, schrijft de beleidstafel. De aanbeveling luidt hier: zorg voor uniforme uitgangspunten voor stresstesten.

De beleidstafel stelt tevens vast dat de gevolgen van extreme buien zoals in Limburg in de huidige stresstesten niet naar voren komen. In ‘een verdiepingsslag’ met regionale en kennispartijen moet de impact van zeer extreme neerslag worden opgenomen in de inschatting van waterrisico’s. De beleidstafel roept daarbij op om de recent gepubliceerde Deltares-studie ‘Wat als de ‘waterbom’ elders in Nederland was gevallen’ als ‘vertrekpunt’ te nemen.

Informatie uitwisseling
De beleidstafel adviseert om de internationale uitwisseling van data en informatie voor het regionaal systeem te verbeteren. In Limburg is er behoefte aan meer neerslag-, afvoer- en waterstandsdata, ook uit België en Duitsland, voor een betere hoogwaterverwachting in het regionaal systeem, schrijft de beleidstafel. “In Zuid-Limburg is voor Valkenburg een grensoverschrijdende aanpak van de regionale systemen zoals de Geul en Gulp een belangrijke meerwaarde.”


EXTREME NEERSLAGGEBEURTENISSEN

De opgetreden neerslag in juli 2021 was exceptioneel door de omvang van het getroffen gebied, maar extreme neerslaggebeurtenissen met wateroverlast zijn in de afgelopen 10 jaar regelmatig voorgekomen. De beleidstafel zet ze op een rij:

• Noord-Brabant: juli 2021, juni 2020, juni 2016 en augustus 2015;
• Friesland: juli 2021;
• Noord-Holland: clusterbuien in juni 2021;
• Limburg: juli 2021, juni 2021, juni 2016, juli 2014 en juli 2012;
• Provincie Utrecht: juli 2014 (Kockengen);
• Provincie Zuid-Holland: oktober 2013 (Goeree-Overflakkee);
• Provincie Gelderland: augustus 2010 (de Achterhoek).

 

MEER INFORMATIE
Kamerbrief en eerste advies beleidstafel 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!