Borgen van waterveiligheid bij extreme zeespiegelstijging kan samengaan met het behoud en zelfs herstel van intergetijdengebieden en ecosystemen voor de kust. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Meegroeien met Zeespiegelstijging', dat donderdag is gepresenteerd op het Deltacongres.
Het onderzoek is de vierde zogeheten denkrichting om de gevolgen van versnelde zeespiegelstijging op te vangen. De overige drie zijn eerder vanuit het Kennisprogramma Zeespiegelstijging uitgewerkt: Beschermen (open en gesloten), Zeewaarts en Meebewegen. In alle scenario's gaat het om behoud van waterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid bij een zeespiegelstijging van 2,0 en ruim 5,4 meter.
Bij de uitwerkingen van deze eerste drie scenario’s werd duidelijk dat de gevolgen van deze denkrichtingen groot zijn voor het natuurlijk functioneren van de kust- en overgangswateren, zeker bij snelle zeespiegelstijging. Op den duur zullen veruit de meeste intergetijdengebieden in de Waddenzee en in de Zuidwestelijke Delta verdrinken. Ook getijdenatuur langs de riviermondingen zal hoogstwaarschijnlijk onder water verdwijnen.
Vierde consortium
De impact van het verlies van deze natuurlijke systemen op onze waterveiligheid, ecosystemen en waterkwaliteit is zo groot, dat binnen het Kennisprogramma Zeespiegelstijging werd besloten om te onderzoeken of het mogelijk is een scenario uit te werken waarin naast waterveiligheid en zoetwaterbescherming ook wordt ingezet op behoud (en waar mogelijk herstel) van de natuurlijke processen en ecosystemen in de kustzone.
Want die natuurlijke processen dragen bij aan de kosteneffectieve bescherming van Nederland tegen de effecten van zeespiegelstijging. Behoud heeft voorts belangrijke voordelen voor de waterkwaliteit, toerisme en visserij, biodiversiteit en invang van CO2 en stikstof.
Zelfde uitgangspunten
Een interdisciplinair onderzoeksteam bestaande uit civiel ingenieurs, morfologen, ecologen en landschapsarchitecten ging aan de slag om de denkrichting ‘Meegroeien met Zeespiegelstijging’ uit te werken. De onderzoekers gingen te werk volgens hetzelfde stramien en met dezelfde uitgangspunten als de eerste drie denkrichtingen, zodat de resultaten vergelijkbaar zijn. Kern van de aanpak: ‘Herstellen van een veerkrachtig en robuust natuurlijk functionerend kustsysteem door middel van systeemingrepen’.
Het kernteam van het zogeheten consortium bestond uit experts van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de staf Deltacommissaris, WWF-NL, Rijkswaterstaat, Deltares, HKV, H+N+S, EcoShape en Young EcoShape, Wageningen Marine Research/NIOZ, Wageningen University, Bureau Stroming, Witteveen + Bos en Haskoning. Het voorzitterschap en projectmanagement was in handen van architecten- en ingenieursadviesbureau Sweco.
Aanvullende studie
Op het Deltacongres in Breda werd donderdag de uitkomst gepresenteerd, zoals op het congres vorig jaar in Bussum de eerdere onderzoeken naar de drie denkrichtingen Beschermen (open en gesloten), Zeewaarts en Meebewegen, werden getoond. Uit die onderzoeken bleek dat het mogelijk is om Nederland op verschillende manieren te beschermen tegen een zeespiegelstijging van 5 meter, maar dat de gevolgen voor de ruimtelijke inrichting van ons land en de natuur ingrijpend zijn.
De nieuwe, aanvullende studie toont aan dat borgen van waterveiligheid bij extreme zeespiegelstijging samen kan gaan (en zelfs verbeterd kan worden) met het behoud en herstel van de natuurlijke processen en het kust(eco)systeem. In plaats van dammen en stormvloedkeringen zorgen zogeheten meegroeilandschappen voor de bescherming tegen de zee, in combinatie met aanvullende dijkversterkingen. De landschappen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door een paar honderd meter landinwaarts van de bestaande dijk een nieuwe dijk te bouwen.
“Door het slim invangen van zand en slib kunnen brede dijkzones meegroeien met de zeespiegel en ontstaat een robuust meegroeilandschap rond de laaggelegen polders waardoor overstromingsrisico’s afnemen en extra ruimte ontstaat voor toekomstige dijkversterkingen.”
Het verwachte zoetwatertekort kan worden verminderd door zoutintrusie te beperken door opslibbing toe te staan rondom dijken en in riviermondingen en door op land hogere waterstanden toe te staan, minder afwateringskanalen aan te leggen, en door veengroei te stimuleren.
Goed voor economie
Behoud van de intergetijdengebieden is ook goed voor economie en maatschappij. Ze beperken, aldus het onderzoek, niet alleen overstromingsgevolgen, maar verbeteren ook waterbeschikbaarheid en -kwaliteit, zorgen voor koolstofopslag en stikstofreductie en zijn essentieel voor gezonde populaties van vis, schaal- en schelpdieren.
De kosten voor waterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid zijn vergelijkbaar met de huidige voorkeursstrategie. Bovendien kan met deze strategie het kustecosysteem worden behouden en hersteld, waardoor makkelijker voldaan kan worden aan natuurdoelen en aan de wettelijke plicht om de ecosystemen in de kustzone en estuaria in stand te houden. En zonder plan raken we mogelijk al onze intergetijdennatuur kwijt.
LEES OOK
H2O Actueel: Verdaas op Deltacongres: 'We kunnen niet meer alles faciliteren zoals we deden'
In H2O december verschijnt een uitgebreid achtergrondverhaal over het onderzoek
