De rivieren en havens rond Rotterdam verliezen door baggerwerk nu al meer sediment dan er binnenkomt en dat verlies neemt de komende eeuw verder toe, blijkt uit onderzoek van de Utrechtse promovenda Jana Cox. De gevolgen voor de Nederlandse delta zijn volgens haar groter dan die van de klimaatverandering.

De vaargeulen in de havens en rivieren die Rotterdam met de zee verbinden worden gebaggerd om te voorkomen dat grote schepen vastlopen. Dat moet steeds dieper, omdat de schepen steeds groter worden. Momenteel gaat daardoor 2 miljard kilo sediment per jaar verloren. "Dat is genoeg om de Kuip jaarlijks tot de nok toe te vullen", zegt Cox.

Samen met anderen onderzocht de geowetenschapper van de Universiteit Utrecht de invloed van klimaatverandering en menselijk handelen op het ‘sedimentbudget’ in de Rijn-Maasdelta. Daaruit blijkt dat het verlies van sediment de komende eeuw flink zal toenemen. In 2085 zou het om maar liefst 12 miljard kilo gaan.

Door de klimaatverandering (meer stormen en overstromingen) wordt de komende vijftig jaar 20 tot 30 procent wel meer slib dan nu in de delta aangevoerd, maar baggeren verwijdert jaarlijks een veel grotere hoeveelheid sediment, concludeert Cox. "Baggeren, niet klimaatverandering, bepaalt de toekomst van de Nederlandse delta", concludeert ze dan ook.

Sedimentbudget
Dit jaarlijkse verlies van sediment wordt een ‘negatief sedimentbudget’ genoemd: de hoeveelheid sediment die het deltagebied verlaat is groter dan de hoeveelheid die binnenkomt. De hoeveelheid sediment in de Nederlandse delta komt ‘in het rood’ te staan, net als bij een bankrekening. Dat betekent dat waardevol materiaal voor de oeverbescherming verloren gaat.

Daarnaast kan door het baggerwerk de infrastructuur, zoals ondergrondse kabels en waterkeringen, beschadigd raken. "En waardevolle zuidelijke natuurgebieden kunnen in de toekomst compleet verloren gaan", aldus Cox. "Bijvoorbeeld het Haringvliet, waar unieke vogels leven."

Het probleem is overigens niet exclusief Nederlands, benadrukt ze. Ook in andere grote delta’s in China, Vietnam, de Verenigde Staten en Australië met concurrerende havens in rivieroevers en lagere riviertakken moet veel gebaggerd worden. "En daardoor gaat uiteindelijk de belangrijkste bouwsteen verloren om deze delta's boven de stijgende zeespiegel te houden."

Oplossingen
Toch zijn er volgens de promovenda wel oplossingen om het negatieve sedimentbudget op te krikken en het sediment op een zinnige plaats in de delta neer te leggen tegen bodemdaling en toekomstige verdrinking.

In de Eems en de Westerschelde bijvoorbeeld wordt al geëxperimenteerd of sediment benut kan worden om oevers en dijken te versterken. De volgende stap in haar onderzoek is dan ook om te bekijken hoe zulke lokale en kleinschalige oplossingen kunnen worden opgeschaald voor delta’s wereldwijd.

"En een andere oplossing is om de haven voor wat betreft de grootste schepen naar de Tweede Maasvlakte verplaatsen en vandaar met kleinere schepen verder het land in te varen. Daar wordt gelukkig ook al over nagedacht."

 

MEER INFORMATIE
Artikel ‘Climate change and human influences on sediment fluxes and the sediment budget of an urban delta: the example of the lower Rhine–Meuse delta distributary network’
Filmpje met uitleg over het onderzoek 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    Wil Borm · 1 months ago
    Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

    Wil Borm
    Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!