secundair logo knw 1

Foto Waterschap AGV

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht wil minder afhankelijk worden van kwetsbare grondstoffen. Vooral chemicaliën die dagelijks nodig zijn voor de afvalwaterzuivering krijgen de komende jaren prioriteit. Het waterschap zoekt naar alternatieven, lokale productie en strategische voorraden. Daarmee komen twee ambities samen: circulair werken én alle waterschap taken weerbaarder maken tegen verstoringen.

Staal voor constructies, beton voor kunstwerken, metalen voor elektromotoren en sensoren en chemicaliën voor de afvalwaterzuivering: een waterschap kan zijn werk niet uitvoeren zonder grote hoeveelheden grondstoffen. Lange tijd was vooral de milieu-impact daarvan een reden om het gebruik terug te dringen. Maar inmiddels speelt ook een andere vraag: zijn die materialen en stoffen in de toekomst nog wel voldoende beschikbaar?

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) stelde daarom een grondstoffenstrategie op. Daarin worden circulariteit en leveringszekerheid nadrukkelijk met elkaar verbonden. Het doel? In 2050 volledig circulair werken. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat schaarste aan bijvoorbeeld chemicaliën de uitvoering van essentiële waterschapstaken in gevaar brengt.

“Het zijn twee doelstellingen die samenvallen”, zegt Freya Ruijs, die binnen het strategisch programma Circulaire Economie van het waterschap aan de grondstoffenstrategie werkt. “Dus dat is de weerbaarheid van de organisatie. En het is juist het circulaire wat daar een antwoord op kan bieden. Twee zaken die we heel graag willen.”

Chemicaliën meest urgent
AGV onderscheidt grofweg bouwmaterialen, hulpstoffen voor de dagelijkse processen (chemicaliën) en reststromen die het waterschap zelf weer kan benutten. Tot de belangrijkste bouwmaterialen behoren klei en zand, beton, staal, wegverharding en hout. Wanneer niet naar de hoeveelheid maar naar de milieuschade wordt gekeken, staat staal bovenaan, gevolgd door gewapend beton en aluminium.

Voor de continuïteit van het dagelijkse werk zijn echter vooral de hulpstoffen belangrijk. Het gaat voornamelijk om chemicaliën die nodig zijn bij het zuiveren van afvalwater, onder meer als bezink- en bindmiddel en om geur- en corrosieproblemen te voorkomen.

“Als we iets moeten onderhouden, zoals beschoeiiing, dan is er vaak nog wel een beetje speling qua urgentie”, zegt Ruijs. “Terwijl als je het hebt over de hulpstoffen, de chemicaliën, die hebben we gewoon continu nodig in het zuiveringsproces.”

Juist daar is de afhankelijkheid kwetsbaar. AGV ziet ijzerchloride, aluminiumchloride en polymeren als hulpstoffen waarvan de continuïteit de afgelopen jaren een risico bleek. Tekorten aan coagulanten zoals ijzerzouten kunnen vooral de chemische fosfaatverwijdering onder druk zetten. Ook zijn de prijzen van onder meer staal en chemicaliën gestegen. Voor sommige onderdelen moet inmiddels rekening worden gehouden met een wachttijd van zes maanden.

AGV heeft zelf geen situatie meegemaakt waarin de chemicaliën daadwerkelijk op waren, zegt Ruijs. Wel waren er vertragingen in de levering. Ze noemt specifiek ijzerchloride, waarvan volgens haar ook andere waterschappen leveringsproblemen hebben ondervonden.

De consequenties kunnen groot zijn wanneer een essentiële hulpstof daadwerkelijk niet beschikbaar is. “Als je de chemicaliën niet kan gebruiken, dan kunnen er stoffen in het water komen die je er liever niet in wilt hebben”, zegt Ruijs. In het uiterste geval kan dat volgens haar invloed hebben op de waterkwaliteit in den brede, een van de belangrijkste taken van het waterschap.

Kritieke materialen
Ook bij bouwmaterialen speelt afhankelijkheid van internationale grondstoffenketens. AGV noemt onder meer staal, magnesium, silicium, tantaal, tin, koper, zilver, bismut en antimoon als materialen die voor het waterschap belangrijk én schaars zijn. Ze worden gebruikt in bijvoorbeeld constructies, elektromotoren, elektrische aandrijvingen en sensoren.

De winning van verschillende kritieke materialen is geconcentreerd in een beperkt aantal landen. Daardoor kunnen geopolitieke ontwikkelingen gevolgen hebben voor beschikbaarheid en prijzen. Daar komt bij dat de vraag naar sommige grondstoffen stijgt. Ruijs noemt koper als voorbeeld: de vraag neemt onder meer door de energietransitie toe.

Voor de chemicaliën geldt eveneens dat internationale ontwikkelingen de leveringsketen kunnen raken. De meeste stoffen die AGV gebruikt komen momenteel uit Europa, vertelt Ruijs, maar bij de productie kunnen grondstoffen of bijproducten uit andere gebieden nodig zijn. “Voor stoffen uit Oekraïne ontstond eerder al schaarste.”

Wet weerbaarheid kritieke entiteiten
De aandacht voor leveringszekerheid hangt ook samen met de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke), die 15 augustus ingaat. Volgens Ruijs valt grondstoffenschaarste op zichzelf niet rechtstreeks onder deze wet. Relevant wordt de wet wanneer een tekort leidt tot een fysieke onderbreking van een essentiële dienst. Bij een gebrek aan noodzakelijke chemicaliën voor de afvalwaterzuivering moet een organisatie bijvoorbeeld herstelplannen gereed hebben.

Voor AGV betekent dit dat grondstoffen nadrukkelijker onderdeel worden van het nadenken over de continuïteit van de afvalwaterzuivering. “We zijn er nu meer mee bezig dan dat we eerst waren door die wet”, zegt Ruijs. “Omdat ook de afvalwaterzuivering nu een kritieke entiteit is geworden.”

Chemicaliën lokaal produceren
Voor hulpstoffen wil het waterschap onder meer duurzame alternatieven testen, een pilot met biopolymeren uitvoeren, onderzoek doen naar actief kool en kijken naar strategisch voorraadbeheer. Ook staat een nood- en herstelplan voor metaalzouten op de agenda.

Een van de opvallendste mogelijkheden is om chemicaliën in de toekomst lokaal te produceren. “Er wordt nu gekeken hoe je chemicaliën lokaal, dus echt op de rwzi zelf, kunt produceren”, zegt Ruijs. Daarnaast wordt onderzocht of andere stoffen de huidige chemicaliën kunnen vervangen.

Daarbij volgt het waterschap volgens haar een dubbele strategie. “Voor acute problemen moet worden gekeken hoe waterschappen elkaar bijvoorbeeld met voorraden kunnen helpen. Voor de langere termijn draait het om structurele vervanging.”

Van afvalwater naar grondstof
Tegenover de grondstoffen die AGV nodig heeft, staan grote reststromen die uit het werk van het waterschap voortkomen. Alleen al aan rioolwaterzuiveringsslib ging het in 2023 om ruim 20.800 ton. Daarnaast komen onder meer roostergoed, vet, zand, struviet, maaisel en bagger vrij.

Een deel daarvan krijgt al een nieuwe toepassing. Fosfaat wordt in de vorm van struviet teruggewonnen en vet wordt vergist. Bij de rioolwaterzuivering wordt bovendien groengas geproduceerd. “Struviet, dat is een vorm van fosfaat die we terugwinnen. En groen gas, wat wordt teruggewonnen. Dat blijven we gewoon doen”, zegt Ruijs.

Een volgende stap is CO₂. Bij de productie van groengas komt biogene CO₂ vrij. AGV onderzoekt of deze kan worden afgevangen en vervloeid, zodat de CO₂ als grondstof kan worden gebruikt. Mogelijke afnemers die in de notitie worden genoemd zijn onder meer de levensmiddelenindustrie, verpakkingsindustrie en op langere termijn de drinkwaterproductie. Ook toepassing in de glastuinbouw en voor synthetische brandstoffen is mogelijk.

Volgens Ruijs wordt daarvoor gedacht aan een CO₂-vervloeiingsinstallatie bij de rioolwaterzuivering in het havengebied. “De belangrijkste die daarbij komt de aankomende jaren is CO₂.”

Moeilijker is het vervangen van conventionele bouwmaterialen. AGV doet mee aan het initiatief van building balance, die samen met verschillende waterschappen, een proef doet waarbij staal in oeverbeschoeiingen wordt vervangen door bio-based materiaal.. Verschillende alternatieven worden gedurende vier jaar in het water getest. “Om uiteindelijk ervoor te zorgen dat we ons staalgebruik kunnen verminderen”, zegt Ruijs. Ook voor beton wordt naar alternatieven gekeken.

Bijmengverplichting
Een belangrijke belemmering voor circulariteit zit volgens Ruijs niet alleen bij het terugwinnen van grondstoffen, maar ook bij de afzet. Een teruggewonnen grondstof kan concurreren met nieuw gewonnen materiaal dat goedkoper is. Dat speelt bijvoorbeeld bij fosfaat. AGV wint fosfaat terug uit afvalwater in de vorm van struviet, maar het vinden van een aantrekkelijke afzet blijft lastig.

Een mogelijke oplossing is volgens Ruijs een bijmengverplichting: de verplichting om in een product of toepassing een bepaald aandeel hergebruikt materiaal te verwerken. Zo ontstaat gegarandeerde vraag naar secundaire grondstoffen. De bijmengverplichting voor groengas is er vanaf 1 januari 2027, deze is verplicht voor energieleveranciers.

“Een bijmengverplichting zorgt ervoor dat hergebruik meer op gang komt", zegt Ruijs. Volgens haar zou zo’n systeem niet alleen voor fosfaat kunnen helpen. “Dat kan je natuurlijk ook hebben voor CO₂, en voor groen gas.”

De zoektocht gaat daarmee verder dan alleen AGV. Het waterschap wil ook bekijken hoe samen met andere waterschappen en organisaties sneller voldoende vraag naar alternatieve grondstoffen kan ontstaan. Ruijs: “We moeten nog best veel leren over die nieuwe materialen en hoe we die kunnen toepassen. Ook moeten we kijken hoe we dat landelijk met z’n allen kunnen aanpakken. Circulaire oplossingen leveren niet alleen milieuwinst op, maar dragen ook bij aan het weerbaar worden van de organisatie.

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Moet er dan een soort deltawerken komen in alle grote rivieren en kanalen om dichter bij zee het zout water tegen te houden en de waterlopen kunstmatig hoog te houden? Met de bestaande stuwen zijn het voorkomen van verzilting en meer water vast houden tegenstrijdig.

Ik denk niet dat ecologen en de Raad van State staan te springen.
Op 26 augustus 2026 rond 3 uur zag ik langs de Mark thv Galder een boer zijn mesttank lozen in de Mark. Kan dat zomaar?
Het is wel weer duidelijk hoe de wind waait bij meneer Nielen. Eerst natuurlijk met de zware industrie praten, en uiteindelijk, omdat het moet, ook nog eventjes met de natuurorganisaties. Ach, de toekomstige generatie lost het wel weer op. 
Gelukkig zijn de buitensporige klimaatscenario's van het IPCC drastisch naar beneden bijgesteld. Ik snap dat het creatief gezien leuk is om scenario's te maken over een mogelijke geopolitieke omstandigheden maar dit lijkt mij vooral koffiedik kijken. Het is inmiddels evident dat r van een klimaatcrisis geen sprake is. Het vasthouden van zoetwater en desnoods omzetten van zoutwater is niet meer dan een technische uitdaging. Adaptatie is de enige juiste richting. Het is van belang dat de mens weer op nummer 1 komt en daar opvolgende de natuur. Dat betekend de vele verwijderde dammen weer opbouwen om het water vast te houden en de bodem de tijd te geven in de bodem te dringen. 
Water is geen product wat verhandeld mag worden. Want water is noodzakelijk voor al het leven op aarde - dus niet alleen voor mensen. In plaats van waterbeheer is daarom waterbescherming nodig. Voor hen die geen stem hebben, zoals dieren en planten. Bescherming vraagt meer dan burgers korter laten douchen. Het vraagt lef om industrie verantwoordelijkheid te laten nemen voor de wereld van morgen.