De eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, ofwel Caribisch Nederland, kampen met grote achterstanden op het gebied van wonen, infrastructuur en een gezonde leefomgeving vergeleken met Europees Nederland. Dat is het gevolg van falend overheidsbeleid, constateert de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in een advies aan de regering.
door Pauline van Kempen
In Caribisch Nederland zijn de gevolgen van klimaatverandering veel groter dan in Europees Nederland. Bonaire zal als gevolg van zeespiegelstijging steeds vaker te maken krijgen met overstromingen, op Sint-Eustatius en Saba zal het aantal zware orkanen toenemen en ook erosie vormt een grote bedreiging.
Intussen blijven de investeringen voor klimaatadaptatie en natuurbescherming achter. Datzelfde geldt voor de infrastructuur, waar veel achterstallig onderhoud is, en de huisvesting voor de snelgroeiende bevolking.
Jantine Kriens"Wie je ook spreekt, iedereen klaagt over het verouderde wegennet", zegt raadslid Jantine Kriens van de Rli, een onafhankelijke adviesraad voor regering en parlement. “De infrastructuur is nog uit de jaren zestig.”
Op verzoek van de regering heeft de raad onderzocht hoe het Rijk het best invulling kan geven aan het beleid voor de fysieke leefomgeving op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Het advies is vanmiddag aangeboden aan demissionair minister Judith Uitermark van Binnenlandse Zaken, die zich liet vertegenwoordigen door haar directeur-generaal Roald Laperre, en aan de bestuurscolleges van de eilanden.
Comply or explain
Tot 2010 behoorden de drie zogenoemde BES-eilanden tot de Nederlandse Antillen, een voormalig land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Sindsdien maken ze als drie afzonderlijke openbare lichamen (een soort gemeenten) deel uit van Nederland.
In zijn regeerprogramma verklaarde het vorige week gevallen kabinet-Schoof dat het de 'vanzelfsprekende verantwoordelijkheid' voelde voor de inwoners van de drie eilanden. Daarbij zou het in 2019 geformuleerde uitgangspunt van ‘comply or explain’ leidend zijn. Dat betekent dat alle beleidsintensiveringen (wet- en regelgeving, subsidies et cetera) voor Europees Nederland van toepassing zijn op Caribisch Nederland, tenzij er redenen zijn om dat niet te doen.
Toch is er sprake van niet te rechtvaardigen verschillen, constateert de Rli in zijn advies. Die hebben de afgelopen jaren in Caribisch Nederland bijgedragen aan het ontstaan of de instandhouding van achterstanden op het gebied van volkshuisvesting en infrastructuur, de (veer)verbinding tussen de eilanden, klimaatbescherming en waarborgen voor een gezonde leefomgeving.
Dit advies is een vervolg op ‘Elke regio telt!’ uit 2023, waarin het ging om de verschillende regio’s binnen Europees Nederland. Is de conclusie vergelijkbaar?
"Ja, ook daar zagen we grote en onwenselijke verschillen tussen de regio’s. Vanuit Den Haag lijkt het misschien alsof je landelijk beleid overal kunt uitrollen, maar in de ene regio pakt dat heel anders uit dan in de andere. Het openbaar vervoer in Zeeuws-Vlaanderen bijvoorbeeld vereist echt een andere aanpak, al is het maar omdat het gebied dunbevolkt is. Dezelfde redenering geldt voor het Caribisch gebied."
Jullie spreken van ‘in potentie onwenselijke verschillen’, wat wil dat zeggen?
"Wij zijn terughoudend in het uitspreken van een oordeel, ook omdat we de eilanden niet zelf bezocht hebben. En uiteindelijk is het een politieke keuze. Toch gaat het volgens ons om niet te rechtvaardigen achterstanden. Onze conclusie is dat de regering met het huidige beleid onvoldoende invulling geeft aan de in het regeerakkoord uitgesproken vanzelfsprekende verantwoordelijkheid voor Caribisch Nederland. Dat moet echt anders."
Hoe zou het wel moeten?
"Ga in gesprek, bepaal samen met de openbare lichamen de ambities en maak concrete afspraken, ook in tijd, over hoe je die kunt uitvoeren. Wij zeggen niet dat er niets gebeurt; er zijn zeker stappen gezet en ook bij de rijksoverheid zitten mensen die echt wel willen. Maar het comply or explain-principe wordt niet zorgvuldig toegepast. De transparantie ontbreekt, de argumentatie is slordig."
"Daardoor worden veel beleidsinvesteringen niet doorgevoerd in het Caribisch gebied en ontbreekt het aan uitvoeringskracht. Het lijkt soms wel de processie van Echternach: er wordt een afspraak gemaakt, dan trekt de een zich terug, dan de ander. Een optelsom van goede bedoelingen, maar zo kom je er niet."
Een van de aanbevelingen luidt om te kijken naar vormen van ‘twinning’ of ‘servicing’ met Europees Nederlandse organisaties, waaronder de waterschappen. Waarom gebeurt dat nog niet?
"Blijkbaar is dat door de geografische ligging van de BES-eilanden niet vanzelfsprekend; er moet iets extra’s voor gebeuren. Wij denken dat de eilanden heel veel aan zo’n samenwerking zouden kunnen hebben. De waterschappen kunnen hun expertise inbrengen, maar ook procesmatig kunnen ze taken samen met of voor de openbare lichamen oppakken, net als bijvoorbeeld een omgevingsdienst of een Nederlandse Europese regio. En wellicht ook andere organisaties uit de Caribische regio."
Het advies komt op een ongelukkig moment: staatssecretaris Szolt Szabó van Digitalisering en Koninkrijksrelaties is net opgestapt en het wachten is waarschijnlijk op een nieuw kabinet.
"Dat zal in elk geval voor vertraging zorgen, net als voor veel andere opgaven. Maar een nieuw kabinet kan ook een kans zijn om op een andere manier te gaan werken, dat is waar ik op hoop."
