secundair logo knw 1

Om het grondwatersysteem in Brabant beter bestand te maken tegen droogte en waterschaarste, moet er jaarlijks ‘tot wel’ 100 miljoen m3 per jaar minder grondwater worden onttrokken. Daarnaast moet 100 tot 150 miljoen m3 per jaar meer grondwater worden aangevuld via infiltratie. Een ‘droogteregisseur’ moet in Brabant de droogteaanpak vaart geven en in goede banen leiden. En daar is wel een provinciaal droogtefonds voor nodig.

Deze en andere adviezen geeft de adviescommissie droogte in het adviesrapport ‘Zonder water, geen later’. Het rapport werd vandaag op de Brabantse Waterdag in Werkendam gepresenteerd door oud-minister Melanie Maas Geesteranus, voorzitter van de adviescommissie.

De adviescommissie doet de voorstellen op verzoek van het Breed Bestuurlijk Grondwateroverleg in Brabant. Het advies komt bovenop het convenant grondwater dat al van kracht is om te komen tot herstel van de grondwaterbalans in Brabant. Dat loopt echter tot 2027, de adviescommissie droogte komt met plannen waarmee verder wordt gekeken in de toekomst: 2040.

Het huidige watersysteem in Brabant is onvoldoende bestand tegen droogte en waterschaarste. Ook is het niet veerkrachtig genoeg om natuurherstel en ontwikkeling mogelijk te maken. Dat is enerzijds toe te schrijven aan de inrichting van het systeem dat gericht is op snelle afvoer van water en anderzijds aan de grootschalige onttrekking van grondwater voor de drinkwaterproductie en door industrie en landbouw. Tel daarbij op de toenemende watervraag door ‘de sociaaleconomische dynamiek’ en de effecten van de klimaatverandering en het probleem wordt in de toekomst almaar groter.

Melanie Schultz van Haegen 180 vk Melanie Maas GeesteranusBij ongewijzigd beleid blijft de provincie kampen met structurele lage grondwaterstanden, aldus de adviescommissie. “We balanceren op het randje van wat nét kan, maar eigenlijk is het onverantwoord”, zei Maas Geesteranus. “Een trendbreuk is noodzakelijk.” De oplossing vergt zowel gebiedsgericht als sectorspecifieke maatregelen, aldus de adviescommissie. Ook belangrijk: verhoogt waterbewustzijn van ‘alle spelers in de waterketen’. “Ook van de Brabanders zelf”, staat in het rapport.

12 adviezen
In het rapport worden 12 adviezen verstrekt om te komen tot een 'omslag in het Brabantse grondwaterbeheer'. 
Naast het drastisch terugbrengen van de grondwateronttrekking, het beter vasthouden van water en het vergroten van de waterinfiltratie, stelt de commissie dat er hydrologische bufferzones moeten komen rondom het Natuurnetwerk Brabant en de bekensystemen in de provincie. Voorts moet in het grondwaterbeleid natuur nevengeschikt worden aan andere watergebruikers in de provincie.

Brabant Water, dat nu nog zijn drinkwater maakt uit enkel grondwater, moet op zoek naar andere bronnen en inzetten op andere zuiveringstechnieken om bijvoorbeeld brak en zout water geschikt te maken voor drinkwaterproductie. Dit vraagt om meer investeringen en investeringsruimte, waarbij de adviescommissie Rijk en provincie oproept om die ruimte te bieden. Zo vraagt de adviescommissie het kabinet om drinkwaterbedrijven de mogelijkheid te bieden om onder specifieke voorwaarden af te wijken van WACC, de winstreguleringsmaatregel die waterbedrijven beperkt in hun investeringsmogelijkheden. Ook moet er ‘een stevige prijsprikkel’ komen om het het drinkwatergebruik te verminderen, aldus de commissie.

Grondputten
Andere adviezen: maak het slaan van grondputten – ongeacht de grootte – vergunningsplichtig en belast het gebruik van het grondwater, een maatregel die ook moet gelden voor bestaande beregeningsputten. Industrie en landbouw moeten meer ruimte krijgen om water her te gebruiken of gezuiverd water in te nemen, zoals effluent van rwzi’s door landbouwbedrijven.

Bedrijven en industriële clusters moeten evenveel water gaan infiltreren als ze gebruiken. En om innovatie te stimuleren moet er een innovatieagenda komen en gebiedsgerichte samenwerking tussen bedrijven die inzetten op vernieuwing. Ook wil de commissie een kennis- en innovatieprogramma voor circulair watergebruik.

Voorts heeft de commissie het vizier op de woningbouw. Op korte termijn moet bij de bouw van nieuwe woningen hemelwateropvang en infiltratie verplicht worden. De Brabantse waterschappen moeten visies ontwikkelen voor de stroomgebieden waarin ze aangeven welke van de adviezen kunnen worden gerealiseerd. Daar is wel haast bij; in 2025 moet de provincies die stroomgebiedvisies vast stellen, zodat er tot 2040 voldoende tijd overblijft voor de uitvoering.

Droogteregisseur
Om de Brabants watertransitie vaart te geven, bepleit de adviescommissie de aanstelling van een provinciale droogteregisseur, naar voorbeeld van de landelijke Deltacommissaris. “De droogteregisseur werkt als buitenboordmotor, houdt oog op het doelbereik, forceert doorbraken waar nodig en vormt noodzakelijke coalities”, staat geschreven in het rapport.

Veel van de bepleitte maatregelen vergen de nodige investeringen, daarom moet er een provinciaal Droogtefonds komen. Deze moet gevuld worden met zowel provinciale als landelijke middelen, bijvoorbeeld uit het Deltafonds.


Naast voormalig minister van Infrastructuur en Milieu Maas Geesteranus zaten in de adviescommissie: Annemieke Nijhof (directeur Deltares), Floris Alkemade (architect en voormalig Rijksbouwmeester), Pieter Tops (bijzonder hoogleraar Data Science en ondermijning JADS), Marijke Huysmans (hoofddocent grondwater Vrije Universiteit Brussel) en Theo Koekkoek (ondernemer en commissaris bij o.a. VION, Efteling en Cosun).


LEES OOK:
H2O Actueel: De Dommel blijft kwetsbare beken voeden met 'overlevingswater'
H2O Actueel: Brabant Water moet knoop doorhakken over alternatieve drinkwaterbronnen, zoals zeewater

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Hoe bestaat het dat dit maar door gaat en dat de overheid zo lankmoedig ermee om gaat? Sleep de vervuilers voor de rechter overheid!!
Deze gegevens geven een goed overzicht en een schrikbarend beeld van de huidige situatie. De Volksgezondheid staat op het spel. Waarom is er geen inspectie van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiene die dit soort zaken bewaakt en binnen de rijksoverheid de plicht heeft en verantwoordelijkheid neemt tot nadere acties? Een dergelijke instantie is hard nodig en is van belang voor alle betrokken partijen incl. het bedrijfsleven. Ook voor de drinkwaterbedrijven moet het van groot belang zijn dat binnen de organisatie van de rijksoverheid een organisatie bestaat die de belangen van de drinkwaterbedrijven als onderdeel van de zorg voor de Volkgezondheid behartigt en een zelfstandige verantwoordelijkheid heeft los van de politieke waan van de dag.
Ben benieuwd of dit ook werkt op PFAS en PFOA?
Je merkt uit reactie van riviergemeenten - achteruitgang van het landschap - dat geld van bebouwing in dit risicogebied toch zwaar telt. Als Rijkswaterstaat zou ik zeggen tegen die eigenaren: zwemdiploma is vereist voor alle bewoners, bij paniek wordt geen hulp geboden, uw verzekering en u als eigenaar zijn 100% voor schade zelf verantwoordelijk.
Wat ik mis in dit stuk, is hoe dit principe in andere landen wordt gehanteerd. En hoe de stoffenreeks en analyse frequentie in andere landen is. Ook dat heeft natuurlijk forse invloed op dit statische principe.  Mijn gevoel is (en ik heb toch al een aantal impact analyses gedaan in andere EU landen) dat we met het verlaten van dit principe een fors aantal plaatsen stijgen op de eu ranglijst waterkwaliteit. Wordt het daarmee beter, nee, wordt de kwaliteit slechter, ook nee. Moeten we onverlet doorgaan met emissiebeperking, zeker.