secundair logo knw 1

Montagefoto van het maaien met een gps-sensor die data verzamelt en verstuurt.

Na drie pilots heeft waterschap Aa en Maas de primeur: de sloten in Oost-Brabant worden voortaan beheerd met een ‘digital twin’. Deze virtuele kopie van de sloot is gebaseerd op 3D-gegevens die tijdens het maaien met gps-sensoren worden verzameld.

Het waterschap spreekt van een ‘gamechanger’ in tijden van extreme droogte en - aan de andere kant - overstromingen. "Hiermee kunnen we sneller en beter bepalen wat we gaan doen bij voorspellingen van droogte en plensbuien. De stuwen open of juist dicht? Baggeren of juist niet?"

1110 Stephan van OrsouwStephan van OrsouwMet de 3D-maaitechniek kunnen de sloten veel vaker en veel preciezer in beeld gebracht worden, zegt Stephan van Orsouw, specialist beheer en onderhoud watersysteem bij het Brabantse waterschap. Hij is, samen met enkele leveranciers, vijf jaar bezig geweest om de digital twin voor elkaar te krijgen.

Tot nu toe schakelde het waterschap eens in de tien jaar landmeters in, die de waterlopen om de 200 meter handmatig meten. "Nu worden de sloten maar liefst twee keer per jaar gemeten en dan ook nog eens elke 5 meter", aldus Van Orsouw. "Dat betekent dus dat we in tien jaar tijd twintig metingen hebben."

Satelliet
Het meten gebeurt tijdens het maaien met behulp van een gps-sensor op de maaikorf. Die legt de beweging vast en zorgt daarmee voor een driedimensionaal beeld. De sensoren staan in verbinding met een satelliet, die de data doorstuurt naar de computers van het waterschap. Op basis van deze digitale kopie kunnen de hydrologen bijvoorbeeld berekenen of een sloot nog een plensbui kan hebben of op welke plekken gebaggerd moet worden.

"Waar we voorheen misschien wel 150 meter sloot baggerden, hoeven we nu wellicht maar 30 meter te doen, simpelweg omdat we specifieker kunnen bepalen wat waar nodig is", verklaart Van Orsouw. "We hebben onze basis beter op orde."

Een ander voordeel is volgens hem dat bij het 3D-maaien automatisch ook de ‘track and trace’ wordt vastgelegd, zodat het waterschap kan zien waar en wanneer een onderaannemer bezig is. Dat is geen controlemiddel, verzekert hij. "Maar het helpt ons wel bij bijvoorbeeld het beantwoorden van klachten van agrariërs en inwoners over maaien."

Onderaannemers
Aa en Maas is naar eigen zeggen het eerste waterschap dat de 3D-techniek, die bijvoorbeeld in het grondverzet al langer gebruikt wordt, inzet bij het maaien. Dat betekent dat onderaannemers vanaf volgend voorjaar ook wordt gevraagd om data aan te leveren.

"De meesten zien nut en noodzaak in en willen graag mee in de ontwikkeling", zegt Van Orsouw, die nog wel wat “aanloopmoeilijkheden” voorspelt. "En het succes zal natuurlijk ook afhangen van de kunde en ervaring van de kraanmachinist. Maar ik heb er veel vertrouwen in, we zijn niet over één nacht ijs gegaan."

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans MiddendorpHoi Hans, beetje makkelijke reactie van het waterschap ('eerst moeten de waterbedrijven wat doen, tot die tijd kunnen wij niks doen'). De Waprog plaatste in 1986, in één jaar tijd, meer dan 100.000 watermeters bij gezinnen thuis. Dat kostte toen maar 150 gulden (!) per watermeter. Als de waterpartners echt zouden willen samenwerken, kan dit zo zijn opgelost. Dus ja, bureaucratie zegeviert. Niet iets om trots op te zijn.
@Gert Timmerman Eens. We moeten met al ons water zuinig omgaan (en het niet verontreinigen) zeker met zoet grondwater en met drinkwater.
@JanEens Jan, maar mijn opiniestuk gaat over hoe slimme bemetering en beprijzing het waterverbruik van huishoudens beïnvloeden. Dat er geen BOL is voor grootverbruik, helpt bedrijven inderdaad niet om slim met water om te gaan.   
Waarom de belasting op leidingwater (BOL) alleen voor de eerste 300m3? (€ 0,50 per m3 incl BTW). Beter is om een BOL te hebben voor het waterverbruik boven de 300m3. Politiek ligt dit moeilijk voor wat ik begreep.  
Of de waterkwaliteit wel 100% blijft onder deze oppervlakte heeft te maken met de normen die men hiervoor gebruikt. Bij eutrofiëring ontstaat wat groenalg en gelijk vliegt in de beoordeling de waterkwaliteit omlaag. Komt dat omdat anderen dit veroorzaken?